Activering van kosten bij nieuwbouw

De wet staat toe om bij een nieuwbouwpand een redelijk deel van de indirecte kosten te activeren als onderdeel van de vervaardigingsprijs van het pand. In de praktijk wordt regelmatig de vraag gesteld wat onder deze indirecte kosten moet worden verstaan en of het bijvoorbeeld is toegestaan om ook de tijdelijke huisvestingskosten en verhuiskosten toe te rekenen aan de vervaardigingsprijs.

Uit de aanduiding ‘vervaardigingsprijs’ moet worden afgeleid dat de te activeren kosten een relatie moeten hebben met de vervaardiging van het pand zelf. Tijdelijke huisvestingskosten en verhuiskosten kunnen volgens de RJ in redelijkheid niet in relatie worden gebracht met de vervaardiging van een nieuw pand. Dit zijn lasten die samenhangen met doorlopende bedrijfsactiviteiten en die als operationele lasten moeten worden genomen in de periode waarop deze betrekking hebben.

Voorbeelden van vervaardigingskosten en overige rechtstreeks toerekenbare kosten, die in dit kader wel voor activering in aanmerking komen, zijn:
• Personeelskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verkrijging of vervaardiging van het pand
• Kosten voor het geschikt maken van het terrein (bijvoorbeeld sloopkosten van een oud pand of kosten voor het bouwrijp maken van de grond)
• Leverings- en afhandelingskosten
• Installatie- en montagekosten
• Kosten om te onderzoeken of het pand naar behoren functioneert
• Honoraria van adviseurs


Bron: Tijdschrift Financieel Management: Jaarverslag ism Egbert Eeftink, KPMG