Accountant vindt frauderisico's door vaardigheden en 'voelsprieten'

Forensisch accountants zijn beter in staat om frauderisico's te signaleren dan controlerende accountants. Daarom willen wet- en regelgevers dat controlerend accountants een meer forensische benadering gaan hanteren.


Frauderisico’s lijken echter met meer forensische vaardigheden te worden gevonden dan kennis, professioneel scepticisme, ethiek en ervaring alleen. De forensisch accountant lijkt ‘voelsprieten’ te hebben ontwikkeld die hem succesvoller maakt in het vinden van frauderisico’s. Dit is een van de conclusies uit het onderzoek naar de verschillen in vaardigheden tussen deze twee groepen, waarop Inez Verwey vandaag promoveert aan Nyenrode Business Universiteit.

Naast het onderkennen van frauderisico’s onderzocht Verwey de door de accountant noodzakelijk geachte controlewerkzaamheden om de gevonden frauderisico’s te beperken. Ook onderzocht zij waarom de vaardigheden van forensisch en controlerend accountants op beide taken verschillen. Daarbij keek ze naar de ethische positie, de mate van professioneel sceptisch zijn en de mate van fraude-ervaring en fraudetraining in het werk van beide groepen deelnemers.

Frauderisico’s
In haar proefschrift constateert Verwey dat forensisch accountants in staat zijn om meer frauderisico’s te signaleren en effectievere controlewerkzaamheden te kunnen plannen die deze risico’s reduceren dan controlerend accountants. Tevens heeft zij vastgesteld dat forensisch accountants een groter ethisch normen – en waardenbesef, een grotere mate van professioneel scepticisme en vanzelfsprekend meer fraude-ervaring bezitten en fraudetraining hebben genoten. Opmerkelijk is echter dat deze verschillen niet verklaren waarom forensisch accountants succesvoller zijn in beide taken. 

‘Voelsprieten’
Inez Verwey: “Het lijkt een open deur dat door sceptisch en ethisch te zijn en ruime ervaring op te doen met fraude, de forensisch accountant deze vaardigheden beheerst. Deze kenmerken verklaren alleen niet het verschil in succes met de controlerende accountant. Het blijft dus nog onduidelijk wat forensisch accountants succesvoller maakt dan controlerend accountants. Forensisch accountants lijken betere ‘voelsprieten’ te hebben ontwikkeld voor bijvoorbeeld organisatiecultuur en -gedrag waarmee zij frauderisico’s sneller in beeld kunnen brengen en de diepere oorzaken kunnen duiden.”

Controlewerkzaamheden
Een andere opmerkelijke uitkomst uit het onderzoek is dat accountants tijdens de jaarrekeningcontrole de controlewerkzaamheden niet afstemmen op de geïdentificeerde risico’s. Dat verklaart dat de kwaliteit van de controle op dat punt niet optimaal is. Daarbij komt nog dat een controlerend accountant die weinig fraudezaken heeft meegemaakt, juist wordt belemmerd in het kunnen plannen van effectieve controlewerkzaamheden. De weinige fraudezaken die een controlerend accountant tijdens zijn carrière meemaakt zorgen er blijkbaar voor dat hij een kokerview ontwikkelt waardoor hij niet meer openstaat voor de mogelijkheid van andere fraudes, anders dan die hij reeds heeft ervaren.

“De mens achter de accountant lijkt nog teveel onderbelicht door wet- en regelgevers. De aanname dat een controlerend accountant die zeer sceptisch is dan, ook meer frauderisico’s opspoort is niet juist. Nader onderzoek naar de mens achter de accountant lijkt gewenst, gezien de uitkomsten van mijn onderzoek,” aldus Verwey.