Aardverschuiving in winstbepaling

De nota werken aan winst stelt een verlaging voor van de belasting die over de winst wordt betaald. Voor de financiering hiervan wil het kabinet de afschrijving van onroerend goed drastisch wijzigen en de verliesverrekening beperken. Ondernemingen moeten in reactie hierop de methoden voor winstbepaling veranderen.

Een onderneming is vrij in zijn keuze welke methode hij fiscaal gebruikt om te bepalen hoeveel winst de onderneming in het boekjaar heeft behaald. Hij mag die methode niet keer op keer wijzigen. Veelal zijn de fiscale methoden gelijk zijn aan die van de jaarrekening. Een onderneming mag activa en passiva op kostprijs waarderen. Hierin kun je de integrale en differentiële kostprijs onderscheiden. Uit jurisprudentie blijkt bijvoorbeeld dat de onderneming de algemene kosten niet hoeft te activeren voor de waardering van het onderhanden werk. Hierdoor valt de fiscale winst lager uit. Een ander beginsel voor het bepalen van de jaarwinst is dat de onderneming de uitgaven en opbrengsten aan het juiste jaar moet toerekenen. Over de jaren heen is er veel jurisprudentie en regelgeving verschenen over het activeren van kosten dan wel het voorzien van toekomstige kosten met als doel verlies uit te stellen dan wel kosten naar voren te halen. Voor zover bedrijfsmiddelen in waarde dalen, mag de onderneming daarover afschrijven. Hierdoor rekent de onderneming de lasten toe aan de jaren waarin hij het bedrijfsmiddelgebruikt. Ook hierover is veel jurisprudentie verschenen. Zo hoeft de onderneming bij het bepalen van de restwaarde van onroerend goed geen rekening te houden met een toekomstige waardestijging van de grond. Impact Welke impact heeft de nota werken aan winst op costing en matching? Doel van deze nota is Nederland aantrekkelijker te maken voor buitenlandse bedrijven en de Nederlandse economie daarmee een impuls te geven. De positieve maatregel die het meest in het oog springt, is het verlagen van het vennootschapsbelastingtarief. Om de tariefsverlaging te kunnen financieren, moet de staatssecretaris meer belastingopbrengsten generen. Hiervoor wil de staatssecretaris onder andere de afschrijving van onroerend goed en de termijnen van verliesverrekening beperken. Volgens de nota mogen ondernemingen met ingang van 2007 hun onroerend goed tot maximaal de werkelijke waarde afschrijven. Er is in de loop der jaren een discrepantie ontstaan tussen de fiscale afschrijving en de werkelijke waardedaling. Dit verschil komt tot uiting bij verkoop. Bij verkoop betalen de meeste ondernemingen geen belasting, omdat zij meestal herinvesteren in een ander pand en de verkoopwinst via de herinvesteringsreserve buiten de belastingheffing houden. Door voortaan geen afschrijving beneden de werkelijke waarde toe te staan, wordt er automatisch meer belasting ontvangen. Met deze maatregel vermengt de staatssecretaris twee zaken. Het pand zelf, dus exclusief grond, stijgt zelden in waarde. Dat onroerend goed voor een hoger bedrag wordt verkocht dan waarvoor het in het verleden is gekocht, is in veruit de meeste gevallen toe te rekenen aan de waardestijging van de grond. Met de voorgestelde wijziging wordt als het ware de waardestijging van de grond toegerekend aan de opstal en daarmee de afschrijving geblokkeerd. Logische consequentie lijkt me dat ondernemingen wellicht grond en opstal splitsen. De eigenaar van de opstal kan dan afschrijven over de opstal, terwijl de eigenaar van de grond belastingheffing over de waardestijging uitstelt. Verliesverrekening Een andere maatregel is het plan om de termijnen van verliesverrekening te beperken. Onder de huidige wetgeving is tot op zekere hoogte verrekening van een verlies met andere jaren mogelijk. Hierdoor kan de onderneming makkelijker schommelingen in het resultaat opvangen. Op dit moment mag de onderneming een verlies verrekenen met de winst uit de drie voorafgaande jaren. Voor zover er dan nog een verlies resteert, mag het restant worden verrekend met de winst uit toekomstige jaren. Om misbruik te voorkomen, is de verliesverrekening aan allerlei regels onderworpen. Het gevolg van de verliesverrekening is dat een onderneming alleen belasting verschuldigd is over het per saldo over meerdere jaren behaalde resultaat. Een mismatch van kosten in het ene jaar met opbrengsten in een ander jaar is met deze termijnen van verliesverrekening meestal geen groot probleem. De staatssecretaris stelt voor om verliezen alleen nog maar met het voorgaande jaar en de acht komende jaren te verrekenen. Een mismatch van uitgaven en opbrengsten kan hierdoor in de toekomst een grote kostenpost opleveren. Met name de beperking van carry back tot het voorgaande jaar kan nadelig uitwerken. Het motto cash is king gecombineerd met het feit dat de onderneming belasting in contanten moet afdragen, betekent dat de onderneming alle (materiële) uitgaven en opbrengsten die nog niet in klinkende munt zijn omgezet, met een andere, veel voorzichtigere methode moet berekenen. Een verkoopwinst in 2005 waarbij de koper de koopsom schuldig is gebleven en die in 2008 oninbaar blijkt te zijn, is nu fiscaal geen probleem. De onderneming kan onder het huidige recht het verlies in 2008 zonder problemen met de winst uit 2005 verrekenen en daarmee de financiële schade beperken. Onder de nota werken aan winst kan dat niet meer. De beperking van de termijnen van verliesverrekening leidt ertoe dat het matchen van kosten en opbrengsten van (nog) veel groter belang wordt dan nu het geval is. Ondernemingen die eerst veel uitgaven maken voordat ze een opbrengst kunnen boeken (bijvoorbeeld in de research), gaan na of ze fiscaal hun kosten mogen activeren. Kan dat niet dan kunnen ze vestigingsplaats Nederland wel eens ter discussie stellen. Ondernemingen zullen opbrengsten die niet nog niet in klinkende munt zijn omgezet veel voorzichtiger willen waarderen dan nu het geval is. Te vroeg juichen, kan de onderneming duur komen te staan. Rekening mee houden De nota werken aan winst brengt naast een tariefsverlaging ook een beperking van de afschrijving van onroerend goed en de termijnen van verliesverrekening. Dat is iets om nu al rekening mee te houden. Ondernemingen zullen pas belasting willen betalen als het resultaat ook daadwerkelijk in echte munten is gerealiseerd. Daarvoor zullen zij hun methoden aanpassen waarmee zij de fiscale winst bepalen. Over onroerend goed zullen ondernemingen zich bovendien moeten afvragen of het bezit van grond nuttig is of niet. Een en ander is van invloed op de kostprijs van het product.