Aanpakken jeugdwerkloosheid: Participeren en investeren in masterclasses

Het kabinet heeft 50 miljoen euro extra ingezet om de jeugdwerkloosheid te bestrijden. Er is in de persoon van Mirjam Sterk zelfs een ambassadeur benoemd die de problemen van maar vooral de oplossingen voor mbo-ers zal moeten oppakken. Het is te hopen dat dat beleid en die aandacht voor jeugdwerkloosheid - zoals die ook in de Miljoenennota en in het Sociaal Akkoord zijn vastgelegd - ook in de praktijk tot resultaat zullen leiden.


De tijd van pilots en subsidies is in dat opzicht voorbij. Politiek, werkgevers en werknemers zouden in dat opzicht veel beter kunnen kijken naar succesvolle – niet gesubsidieerde – initiatieven om via na- en bijscholing betere arbeidsperspectieven voor jongeren te ontwikkelen.

Zolang de recessie aanhoudt en zolang de overheid machteloos toekijkt hoe werkloosheid en faillissementen toenemen dreigt de structurele bestrijding van de jeugdwerkloosheid wat in het verdomhoekje te blijven. Met een subsidie hier en een pilot project daar gaat het niet lukken om dat probleem op te lossen. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, maar juist die toekomst ziet er somber uit. Toch is er een oplossing, weliswaar niet in volle breedte, maar wel voor gemotiveerde pas afgestudeerde hbo- of wo-studenten. Jeugdwerkloosheid onder (pas) afgestudeerden vormt weliswaar het topje van de ijsberg, maar is daardoor zeker niet minder belangrijk.

Recente werkeloosheidscijfers van het CBS voorspellen weinig goeds. Alleen al zestien procent van de jongeren is nu werkloos. Onder hen opvallend veel hoogopgeleiden. Een veel te hoog percentage dat maatschappelijk onacceptabel en economisch slecht is. Daarbij komt dat het aantal vacatures voor academici snel is afgenomen - nu is dat nog maar 25.000 – hetgeen afgezet tegen de 135.000 hbo- en wo-studenten die jaarlijks afstuderen een schamel getal is. Dat leidt tot een overspannen arbeidsmarkt, tot verdringing en vooral ook tot frustraties en vernietiging van persoonlijke ambities en opleidingsinvesteringen.

Hoe kan in een financiële crisissfeer het werkgelegenheidsperspectief voor jongeren dan wel concreet worden verbeterd?

Volgens mij ligt de sleutel voor de oplossing bij werkgevers, die met interne opleidingen, stages en startersfuncties het goede voorbeeld kunnen geven. Sommige bedrijven doen dat al en met succes. Zo krijgen bij Calco - dat zich richt op de ontwikkelingen en het oplossen van problemen in de informatie technologiesfeer - jaarlijks ruim honderd pas afgestudeerden na een zware selectie en een intensieve periode van her- en omscholing via een eigen MasterClass een vast contract. Hbo- en universitaire opleidingen blijken veel te weinig aandacht te besteden aan vaardigheden, zoals communicatie of management, dus dat moet in ieder geval bijgespijkerd worden. Dat gebeurt dan ook in samenhang met de benodigde strategische kennis op het gebied van informatietechnologie.

Een dergelijke aanpak vergt overigens wel investeringen. Zowel van het bedrijfsleven als van de pas afgestudeerden wordt het nodige gevraagd. Maar zo’n aanpak blijkt in de praktijk te werken. Het is een  methode die navolging verdient, niet alleen in deze sector maar ook bij andere sectoren, zoals in de installatietechniek waar grote arbeidstekorten zijn. Niet alleen pas afgestudeerden verdienen overigens een kans. Dat geldt net zo goed voor alle andere jongeren die nu nog werkloos zijn. Economische groei is tenslotte mede van hun inzet afhankelijk.          

Robbert Coops ([email protected]) is partner bij Schinkelshoek & Verhoog