Aandeelhouders verplicht aandelen Numico over te dragen na openbaar bod Danone

In haar arrest van 28 oktober jl. heeft de Ondernemingskamer bepaald dat alle aandeelhouders van Numico hun aandelen moeten overdragen aan Danone, tegen de door Danone geboden prijs van 55,- per aandeel.

Danone, dat reeds een 29,5% van de aandelen Numico bezat, heeft op 20 augustus 2007 een openbaar bod van 55,- per aandeel geplaatst ter verkrijging van de overige aandelen Numico. Dit bod heeft zij uiteindelijk gestand gedaan tot 23 november 2007, waarna zij in totaal 90,5% van het toenmalig geplaatste kapitaal in Numico bezat.

Zij heeft daarna de overige aandeelhouders van Numico gedagvaard om op grond van het nieuwe artikel 2:359c BW de resterende aandelen in het kapitaal te verkrijgen. Het is de eerste keer dat de Ondernemingskamer een uitspraak doet over artikel 2:359c BW.

In dit artikel is bepaald dat aandeelhouders die hun aandelen niet hebben overgedragen na een “geslaagd openbaar bod” verplicht kunnen worden hun aandelen aan de openbare bieder over te dragen.

Nu de gedaagden niet in de procedure zijn verschenen toetst de Ondernemingskamer ambtshalve aan artikel 2:359c BW en komt tot de volgende conclusies. Allereerst stelt de Ondernemingskamer vast dat Danone een openbaar bod op de uitstaande aandelen Numico heeft uitgebracht.

Zij houden op dit moment meer dan 95% van de aandelen in Numico, waarmee zij voldoen aan het vereiste uit artikel 2:359c BW dat de openbare bieder bij het instellen van een procedure tot verkrijging van de overige aandelen al tenminste 95% van het geplaatste kapitaal en stemrechten in handen moet hebben.

In zoverre is Danone in ieder geval ontvankelijk in haar vordering en is sprake van een geslaagd openbaar bod. Daarna dient de Ondernemingskamer vast te stellen of de bieder, Danone, een billijke prijs heeft geboden voor de aandelen. In de wet is het vermoeden vastgelegd dat dit het geval is indien de bieder ten minste 90% van de resterende, op dat moment nog niet in zijn handen zijnde, aandelen heeft verworven na het uitbrengen van het openbare bod.

In geval van Danone is aan dit vereiste niet voldaan omdat Danone een deel van de door haar verworven aandelen heeft verkregen door onderhandse verkoop van deze aandelen. De Ondernemingskamer dient vervolgens zelf vast te stellen wat een billijke prijs voor de aandelen is.

Hierbij heeft de Ondernemingskamer een aantal omstandigheden meegewogen. Allereerst is van belang dat Danone voor de via onderhandse verkoop verkregen aandelen een lagere prijs heeft betaald dan haar openbare bod van 55,- per aandeel.

Daarnaast is vastgesteld dat weliswaar de 90%-drempel van het wettelijk bewijsvermoeden voor een billijke prijs niet is gehaald, maar dat toch een zeer substantieel gedeelte van de uitstaande aandelen naar aanleiding van het openbare bod aan Danone is verkocht.

Nu niet meer gehandeld wordt in de aandelen Numico kan de Ondernemingskamer aan de actuele beurskoers geen informatie verlenen. Wel stelt de Ondernemingskamer vast dat er geen aanwijzingen zijn dat de waarde van de aandelen Numico sinds het uitbrengen van het bod een opwaartse wijziging heeft ondergaan.

Sterker nog, de Ondernemingskamer stelt vast dat de waarde van beursgenoteerde aandelen in het algemeen zelfs een neerwaartse wijziging heeft ondergaan. Op grond van al deze omstandigheden bepaalt de Ondernemingskamer de billijke prijs voor de aandelen Numico dan ook op het reeds door Danone geboden bedrag van 55,- en veroordeelt zij de aandeelhouders van Numico hun aandelen voor die prijs aan Danone te verkopen.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Legal Update ism BANNING Advocaten