Aan bv opgelegde verzuimboete voor te late aangifte verminderd tot op 20%

Hof Den Bosch heeft een aan een bv opgelegde verzuimboete wegens een te late aangifte vennootschapsbelasting over 2009 verminderd van EURO 2.460 tot EURO 500. Het hof vond het op zich niet onredelijk dat het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) een onderscheid maakt tussen aangifteverzuimen in de inkomstenbelasting en in de vennootschapsbelasting.


De verzuimboeten in de vennootschapsbelasting zijn wel aanzienlijk hoger. Echter dit houdt niet in dat een in het BBBB voor een concreet geval voorgeschreven boete klakkeloos moet worden opgelegd. Dit geldt in het bijzonder voor verzuimboeten die na 1 januari 2010 zijn opgelegd, omdat de voorgeschreven boeten in het BBBB per 1 januari 2010  aanzienlijk zijn verhoogd. De procedure betrof een bv waarin per 2009 de voormalige eenmanszaak van de directeur-grootaandeelhouder was ingebracht.
 
Niet klakkeloos boete opleggen
Het hof overwoog dat de inspecteur zelf moet beoordelen of (de hoogte van) een opgelegde boete niet in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en andere rechtsbeginselen zoals het proportionaliteitsbeginsel. Ook een rechter is niet gebonden aan het BBBB maar moet zelfstandig beoordelen of een voorgeschreven verzuimboete in de gegeven omstandigheden passend en geboden is.
 
In deze procedure vond het hof voor de vaststelling van de hoogte van de verzuimboete de volgende omstandigheden van belang: het jaar 2009 was het eerste actieve boekjaar van de bv, de bv had ultimo 2009 een negatief ondernemingsvermogen, er was sprake van een verzuim van slechts één week, er was een professionele gemachtigde ingeschakeld om herhalingen in de toekomst te vermijden. In dat geval vond het hof een boete van € 500 passend en geboden.

Hof Den Bosch, 22-6-2012, nr. 11/00751 (gepubliceerd 2-7-2012).

Bron: PwC Belastingnieuws