EURO 25.000 aan advocatenuren ingekocht voor slechts EURO 4.500

Toen een middelgroot Nederlands pensioenfonds zijn investering in een bedrijfspand na faillissement van de aannemer in gevaar zag komen, besloot het een advocaat in te schakelen. Het werk werd aanbesteed, overigens tot grote ergernis van diverse regionale kantoren.

Het pensioenfonds had ruim 1 miljoen euro betaald en hiervoor waren al de nodige funderingen gelegd en stenen gemetseld. De vlijtige curator meende dat alle betalingen in de boedel waren gevallen. Het pensioenfonds ging op zoek naar een advocaat die de curator kon bewegen om door te bouwen en het pand af te maken.De eerste fase van de opdracht (zie grafiek) was dus van eminent belang: als de advocaat die tot een goed einde zou weten te brengen, zouden de daaropvolgende werkzaamheden komen te vervallen. Gezocht werd naar door de wol geverfde advocaten die genoeg tegenwicht konden bieden aan de curator en de rechter-commissaris. Er werd zowel regionaal als landelijk gezocht. De specialisten in de provincie lieten het afweten. Er was of geen reactie of desinteresse. Aanbesteden blijkt voor provinciale kantoren een hoog nieuwheidsgehalte te hebben. Ook de huisadvocaat werd uitgenodigd. Deze liet weten dat hij de eigen uurtarieven 'natuurlijk' niet ging onderbieden en haakte vervolgens af. BUITENSPEL Er waren tien serieuze bieders. De laagste bieder had duidelijk kansen geroken bij deze aanbesteding. Zou deze klus goed geklaard worden, dan zou er wellicht ook werk zijn in de onroerendgoedsfeer, zo dacht men. De biedstrategie was dan ook om laag in zetten in fase 1 (zie grafiek). Om succesvol te zijn werd de meest ervaren advocaat van de sectie ingezet voor de presentatie. Dat werkte zoals men kon verwachten. De man straalde genoeg (levens)ervaring uit. Zijn vakkennis kon hij ook snel aannemelijk maken. Het kantoor ging aan de slag. Het probleem is niet verder gekomen dan de eerste fase. Deze fase behelsde dat door middel van (telefoon)gesprekken en onderhandelingen het probleem tot een einde zou worden gebracht. De gekozen advocaat meende dat deze werkzaamheden voor 4500 euro verricht konden worden. De hoogste bieder had hiervoor 25.000 euro in gedachten. Alle andere fasen, waarvoor, zoals uit grafiek blijkt, ook vaste bedragen waren geboden, bleven onaangeroerd. De bedragen zijn wel gebruikt om eens te kijken wat er in het verleden is betaald voor dergelijke verrichtingen. Opvallend was dat de regionale kantoren weer het beeld te zien gaven dat terugslag in omzet nog niet zodanig is doorgedrongen, dat de diensten tegen bodemprijzen worden aangeboden: integendeel, zij behoorden tot de hoogste bieders. De gevestigde kantoren op het gebied van onroerend goed keken over de horizon van deze klus naar vervolgopdrachten. Zij zien een mogelijkheid om hun kennis en kunde te tonen. Een hoog tarief wordt dan minder belangrijk. Het gevolg voor de opdrachtgever is dat hij een goed product krijgt voor een lage prijs. Volgende keer: een aanbesteding voor een Nederlandse bank in Parijs. Paul de Jonge is managing director van Legal BenchMarket International, een bedrijf dat juridische aanbestedingen verzorgt ([email protected])