Wijziging fiscale afschrijvingstermijnen op bedrijfsmiddelen: gevolgen voor de jaarrekening?

fallback
Per 1 januari 2007 is de minimale fiscale afschrijvingstermijn voor bedrijfsmiddelen gewijzigd en bedraagt nu in veel gevallen vijf jaar. Dat houdt in dat voor bedrijfsmiddelen waarvoor tot nu toe een kortere afschrijvingsduur wordt gehanteerd dan vijf jaar een andere (langere) afschrijvingstermijn gaat gelden.

De nieuwe wetgeving voorziet in overgangsrecht voor bedrijfsmiddelen waarop al werd afgeschreven voor 2007. Voor bedrijfsmiddelen waarop voor 1 januari 2007 (of voor aanvang van het gebroken boekjaar in 2007) is afgeschreven, geldt dat het gedeelte van de nog niet afgeschreven aanschaf- of voortbrengingskosten wordt verdeeld over de resterende nieuwe afschrijvingsperiode zoals die geldt vanaf 1 januari 2007.


De fiscale wijziging heeft tot gevolg dat er meer verschillen kunnen ontstaan tussen de fiscale boekwaarde en de commerciële boekwaarde. Gezien de aard van de fiscale wijziging (verlenging van de fiscale afschrijvingstermijn) is de verwachting dat de fiscale boekwaarde hoger zal worden dan de commerciële boekwaarde. Dit zal normaal gesproken leiden tot het opnemen van additionele latente belastingvorderingen.


Een aanpassing van de commerciële afschrijvingstermijn naar de fiscale afschrijvingstermijn (om zodoende in de toekomst verschil in waardering te voorkomen) is niet zomaar mogelijk. De wet en de RJ schrijven voor dat het af te schrijven bedrag stelselmatig aan de gebruiksduur moet worden toegerekend. Een wijziging in de fiscale wetgeving zal normaal gesproken geen aanleiding geven tot een verandering van de gebruiksduur, daar deze van andere factoren afhangt.


Bron: Jaarverslag Tijdschrift Financieel Management i.s.m. KPMG