RJ publiceert ontwerp-Richtlijnen voor financiële instellingen

fallback
Door middel van RJ-Uiting 2007-3 wordt de bestaande Richtlijn 600 Banken geactualiseerd. Rekening is gehouden met ontwikkelingen in het toezicht, in wetgeving, in opvattingen over financiële instrumenten, in algemene maatschappelijk aanvaarbare normen en met ontwikkelingen in IFRS-standaarden die sinds de publicatie van Richtlijn 600 in 2000 zijn verschenen.

Enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van de bestaande Richtlijn 600 zijn:
• wijzigingen in verband met de vervanging van diverse toezichtwetten door de Wet op het financieel Toezicht (Wft);
• aansluiting bij ontwerp-Richtlijn 290 Financiële instrumenten;
• resultaten uit verkoop van obligaties e.d. die tot de beleggingsportefeuille behoren kunnen niet langer worden geactiveerd en worden toegerekend aan toekomstige perioden; deze worden nu direct in de winst- en verliesrekening verwerkt;
• Derivaten worden niet in de balans opgenomen indien de deze aangehouden worden voor hedging-doeleinden en een kostprijs van nihil hebben;
• Aanbevolen wordt om geen Fonds voor Algemene Bankrisico’s (FAR) te vormen;
 
Door middel van RJ-Uiting 2007-4 wordt Richtlijn 605 Verzekeringsmaatschappijen gemoderniseerd. De belangrijkste aanleiding tot wijziging betrof de in 2006 doorgevoerde wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek (BW 2). Tevens zijn een aantal bepalingen uit IFRS 4 Insurance Contracts overgenomen. Ook in dit hoofdstuk zijn diverse wijzigingen opgenomen als gevolg van de Wet Financieel Toezicht (Wft).


Door middel van RJ-Uiting 2007-5 wordt de bestaande Richtlijn 610 Pensioenfondsen geactualiseerd. De bestaande Richtlijn bevat een aantal bepalingen die niet meer binnen het stramien van verslaggeving passen. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde pensioenvermogenmethode; daarbij worden de baten en lasten gepresenteerd in de vorm van een opstelling van mutaties in het pensioenvermogen.


Daarnaast is met ingang van het boekjaar 2007 de nieuwe Pensioenwet van toepassing op pensioenfondsen. Ten behoeve van transparantie en inzicht in de financiële positie van het pensioenfonds – en de wens van de toezichthouder tot eensporige verslaggeving – wordt in deze ontwerp-Richtlijn aanbevolen om ook in de externe verslaggeving zoveel mogelijk de bepalingen uit de Pensioenwet te volgen.
 


Bron: Jaarverslag Tijdschrift Financieel Management i.s.m. KPMG