Nederlandse industrie verliest terrein in CO2-efficiëntie
De Nederlandse industrie presteert slechter op het gebied van CO2-efficiëntie dan haar Europese concurrenten, zo blijkt uit recente cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Tussen 2021 en 2023 is de CO2-uitstoot per eenheid product toegenomen bij de circa 300 Nederlandse industriële bedrijven die onder het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen. Deze ontwikkeling zet de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie onder druk en kan leiden tot hogere kosten voor bedrijven in de vorm van CO2-heffingen en emissierechten. Dat schrijft het ANP.
- Nederlandse industrie verliest terrein in CO2-efficiëntie
- Onzekerheid remt investeringen in verduurzaming
- Europese samenwerking nodig voor concurrerende, duurzame industrie
De toename in CO2-uitstoot per eenheid product is deels te verklaren door een daling in de totale productie. Bij een lagere productie worden installaties minder efficiënt benut, wat resulteert in een hogere CO2-uitstoot per eenheid. Dit fenomeen is vergelijkbaar met carpoolen: hoe meer mensen in een auto, hoe lager de uitstoot per persoon, zo stelt Emissieautoriteit
Energie-intensieve basisindustrie blijft achter in verduurzaming
Vooral de energie-intensieve basisindustrie in Nederland blijft achter in het verduurzamingsproces. Dit is grotendeels te wijten aan de hoge energiekosten, die een aanzienlijk deel van de productiekosten uitmaken. Voor een chemiebedrijf, waar energie tot 50% van de productiekosten kan bedragen, hebben stijgende energieprijzen een veel grotere impact dan voor bijvoorbeeld een voedingsmiddelenbedrijf. [Artikel gaat verder na de volgende alinea]
Onzekerheid remt investeringen in vergroening
Ondanks de hoge energie- en CO2-emissiekosten, die in theorie vergroening zouden moeten stimuleren, blijven investeringen in verduurzaming achter. De onzekerheid over toekomstige energieprijzen en beleidsontwikkelingen, zoals veranderingen in het ETS-systeem en circulaire economie-initiatieven, weerhoudt bedrijven ervan grote investeringen te doen.
Toekomst van energie-intensieve industrie onzeker
De vraag rijst of er nog wel ruimte is voor energie-intensieve industrie in Nederland. Sommige economen pleiten voor het vertrek van deze sector, zoals onlangs beargumenteerd in het economenblad ESB. Echter, een zorgvuldige analyse van de rol van de basisindustrie in de Nederlandse productieketens is noodzakelijk voordat drastische beslissingen worden genomen.
Samenwerking en maatwerkafspraken als oplossing
Om de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie te verbeteren en tegelijkertijd de klimaatdoelen te halen, is een combinatie van nationale en Europese maatregelen nodig. Maatwerkafspraken op nationaal niveau en intensievere Europese samenwerking kunnen helpen bij het faciliteren van de transitie naar duurzamere productieprocessen. [Artikel gaat verder na de volgende alinea]
Internationale ontwikkelingen beïnvloeden industriële toekomst
Recent heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een Net-Zero Industry Act, gericht op het stimuleren van schone technologieën en het versterken van de concurrentiepositie van de EU-industrie. Dit initiatief kan mogelijk een positieve invloed hebben op de verduurzaming van de Nederlandse industrie.
Daarnaast heeft het Internationaal Energieagentschap (IEA) in haar laatste rapport gewaarschuwd voor de toenemende kloof tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden op het gebied van schone energie-investeringen. Dit onderstreept het belang van internationale samenwerking en kennisdeling om een wereldwijde transitie naar duurzame industrie te realiseren.