Transitievergoeding aan banden: hausse aan rechtszaken voor bedrijven
Het kabinet zet in een nieuw wetsvoorstel een streep door de compensatie van transitievergoedingen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging. Vanaf 1 januari 2027 zou er helemaal geen compensatie meer zijn. Het doel: minder kosten.
“Maar in de praktijk leidt dit tot het tegenovergestelde, mogelijke rechtszaken en een risico op slapende dienstverbanden”, waarschuwt Pascal Besselink, advocaat arbeidsrecht bij DAS. “In een recent advies stelt de Raad dat de toelichting bij de wetswijziging onvoldoende duidelijk maakt wat er gebeurt met de verplichting tot het betalen van een transitievergoeding, bijvoorbeeld bij zogeheten slapende dienstverbanden. Die onduidelijkheid is niet onschuldig, want het verschuift de rekening naar de rechtszaal.”
Als de wetgever geen helder antwoord geeft, moet de rechter dat doen, vervolgt Besselink. “En dat betekent extra procedures, extra kosten en vooral extra onzekerheid. Werkgevers weten niet waar ze aan toe zijn en werknemers evenmin. Juist bij langdurige arbeidsongeschiktheid, waar emoties en belangen vaak al hoog oplopen, is rechtszekerheid cruciaal.”
Besselink wijst erop dat het afschaffen van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging een tegenovergesteld effect krijgt van wat het doel is. “Zonder compensatie groeit de prikkel om arbeidsovereenkomsten niet te beëindigen, maar ‘slapend’ te houden. Er is sprake van een slapend dienstverband wanneer iemand na 104 weken arbeidsongeschiktheid in dienst blijft. In die situatie worden geen werkzaamheden meer verricht en is de werkgever geen loon meer verschuldigd.”
Slapende dienstverbanden waren juist teruggedrongen, zegt Besselink. “Die dreigen nu terug te keren. De boodschap van de Raad voor de rechtspraak is daarom helder en terecht: zonder duidelijke kaders leidt deze wetswijziging tot meer procedures en meer onzekerheid.”