Verminder risico dubbele belastingheffing

De aangekondigde versoepeling van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting moet - vooruitlopend op het invoeren van een wetsvoorstel - direct worden ingevoerd. Staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager heeft onlangs een voorstel voor aanpassing van de vennootschapsbelasting naar de Tweede Kamer gestuurd.

Dit voorstel bevat naast de reeds genoemde versoepeling ook maatregelen over de zeer complexe renteproblematiek. Daarom heeft De Jager eenieder uitgenodigd om input te geven, zodat een weloverwogen pakket maatregelen in september als wetsvoorstel kan worden aangeboden.         

Eén van de belangrijkste regelingen in de vennootschapsbelasting is de zogeheten deelnemingsvrijstelling. De deelnemingsvrijstelling wordt ingegeven door de wens om dubbele belastingheffing te voorkomen als de winsten van een dochtermaatschappij worden uitgekeerd aan de moedermaatschappij.

Deze deelnemingsvrijstelling is voor buitenlandse en Nederlandse bedrijven een belangrijke reden om hun regionale dan wel wereldwijde hoofdkantoor in Nederland te vestigen. De nu voorgestelde aanpassingen van de deelnemingsvrijstelling zijn bijna alleen maar verbeteringen van de in 2007 drastisch op de schop genomen faciliteit.

Verbeteringen die hard nodig zijn, omdat in de praktijk is gebleken dat de toen ontworpen regeling onbedoeld ingewikkeld uit kan pakken en tot heel veel administratieve rompslomp kan leiden. De nieuwe voorstellen bevatten als hoofdregel een oogmerktoets. Deze houdt in dat wordt bezien waarom een onderneming een - binnen-of buitenlands - bedrijf overneemt en vervolgens als deelneming gaat houden.

Gebeurt dit in het kader van de bedrijfsuitoefening dan geldt de deelnemingsvrijstelling die voorkomt dat bij deze deelneming al belaste winst bij uitkering aan de Nederlandse aandeelhouder nogmaals wordt belast. Is de oogmerktoets niet toereikend, dan moet gekeken worden naar de belastingdruk of de bezittingen van de vennootschappen die worden gehouden door de in Nederland gevestigde onderneming.

De vraag die opkomt, is waarom er naar de bezittingen moet worden gekeken. De wetgever wil voorkomen dat beleggingen worden weggestopt in laagbelaste landen. Of in goed Nederlands ‘taxhavens’. Ook moet worden voorkomen dat er vanuit zulke landen groepsleningen worden verstrekt aan de vennootschappen die in ‘gewoon’ belaste landen zijn gevestigd, waardoor er renteaftrek tegen een hoog tarief plaatsvindt en de renteopbrengsten in de taxhaven - nagenoeg - onbelast kunnen worden ontvangen.         

In het voorstel wordt de koppeling tussen beleggen en taxhavens veel nadrukkelijker gelegd, waardoor beleggingen en groepsvorderingen in hoogbelaste landen niet langer tot een - onterecht - probleem leiden. Dit kan worden gezien als een voorbeeld van een eenvoudige, maar wel zeer welkome verbetering in de toepassing van deze voor het Nederlandse vestigingsklimaat zo belangrijke regeling.         

Vooruitlopend op het invoeren van een wetsvoorstel per 1 januari 2010 stel ik daarom voor dat wordt goedgekeurd dat ondernemingen de nieuwe regeling per direct kunnen toepassen. Mochten er toch nog omissies boven water komen, dan kan dat met terugwerkende kracht worden hersteld.


Roland Brandsma is hoofd van het Wetenschappelijk Bureau van PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs en hoogleraar aan de universiteiten van Amsterdam en Nyenrode.