In een recent artikel op FM.nl wordt betoogd dat vrij opneembare spaarrekeningen in scope zijn van de PSD2. Spaarbanken worden opgeroepen PSD2 projecten op te starten en de impact van PSD2 te bepalen. Spaarbanken doen er echter beter aan budget te besteden aan de kansen die PSD2 brengt. Vrij opneembare spaarrekeningen hoeven geenszins onder de PSD2 te vallen, die compliance-kosten kunnen de spaarbanken zich besparen.

Het betreft het volgende artikel: PSD2 heeft wél impact op Nederlandse spaarbanken

Vallen spaarrekeningen in scope van PSD2? 
Voor de beantwoording van deze vraag is het handig eerst terug te grijpen op het verleden, naar de PSD1 die sinds november 2009 van kracht is. Waarom wordt snel genoeg duidelijk. De PSD1 hanteert een hele brede definitie van “betaalrekening”. Zo breed dat eigenlijk elke bankrekening eronder kan vallen. Hypotheekrekeningen, aandelenrekeningen, depositorekeningen, spaarrekeningen, bouwdepotrekeningen enz. Maar dat kon toch niet de bedoeling zijn van een “betaaldienstenrichtlijn” zoals de PSD, Payment Services Directive, in Nederland officieel heet? 

In een begeleidende Q&A heeft de EC, Europese Commissie, (en niet de EBA zoals het artikel incorrect vermeldt) geschreven: “A saving account where the holder can place funds whenever he wants, without having to sign a new contract for each new placement, and is also able to withdraw funds whenever he likes without any restrictions (e.g., penalties for not having respected the term agreed or administrative charges) should be considered as payment account for the purposes of the PSD. On the contrary, fixed term deposits should fall out of this category as the funds are taken and paid back by the payment service provider and the holder of the deposit does not keep any freedom to place additional funds or withdraw funds during the term of the deposit”. Een verdere afbakening gaf de EC niet. Dit schreef de EC overigens in juli 2008.

Dus? 
Een richtlijn moet eerst omgezet worden in nationale wetgeving voordat ze bindend is. Nederland is daarbij dicht op de oorspronkelijke tekst van de PSD1 gebleven, waardoor opnieuw de definitie van betaalrekening erg breed is. Voor de juristen: de definitie is te vinden in art. 514 lid i BW Boek 7. Maar in haar Memorie van Toelichting schreef de wetgever: “Met deze definitie [betaalrekening] wordt artikel 4, punt 14, geïmplementeerd. In de definitie is aangegeven dat een betaalrekening is te omschrijven als een rekening van een betaaldienstgebruiker die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt. Strikt genomen zouden hieronder ook rekeningen kunnen vallen die niet worden aangehouden met als hoofddoel betalingen te kunnen verrichten, maar waarvan wel betalingen worden verricht. Te denken valt aan spaarrekeningen waar sporadisch een betaling mee wordt verricht. Hoewel de richtlijn geen duidelijkheid verschaft op dit punt, zou het onderbrengen van al deze rekeningen indruisen tegen het doel van de richtlijn betaaldiensten, namelijk regels stellen ten aanzien van betaaldienstverleners die als hoofdactiviteit hebben het verlenen van betaaldiensten. Het als bijkomende activiteiten verrichten van enkele betalingen op een rekening die met name wordt gebruikt voor andere doeleinden dan het verrichten van betalingen, kan dan ook niet worden gezien als het verlenen van betaaldiensten. Dergelijke rekeningen kunnen derhalve niet direct worden aangemerkt als betaalrekening.” 

Hieruit blijkt dat het helemaal niet zo voor de hand ligt dat vrij opneembare spaarrekeningen in scope zijn van de PSD1, althans voor Nederlandse banken.

Ging Nederland daarmee uit de pas met andere Europese landen? Nee. Het belangrijkste doel van de PSD1 was een juridisch gelijk speelveld, een ‘level playing field’, voor Europese betaaldienstverleners (waaronder banken) te creëren en barrières tussen landen te slechten teneinde SEPA, Single Euro Payment Area, te realiseren. Daartoe heeft de bancaire sector zich georganiseerd in de EPC, European Payments Council, die ondermeer de SEPA Rulebooks voor overboekingen en incasso’s opstelt. In samenwerking met twee andere bankenkoepelorganisaties publiceerde haar PSD Expert Group in augustus 2009 een PSD Implementation Guideline. Deze stelde daarin voor om een principles-based aanpak te volgen die…

focuses on the underlying purpose and functionality of an account, not its 'type' or 'denomination', on the basis that the underlying legislative intent of the Directive is to focus only on those accounts whose main purpose is the execution of payment transactions.
takes into account the presence of contractual terms which confirm the nature of the account - and therefore demonstrate whether or not it should be treated as falling under the definition of 'payment account'.

De EC heeft deze aanpak destijds goedgekeurd. Voortschrijdend inzicht wellicht. De Nederlandse wetgever sloot in haar Toelichting naadloos op deze aanpak aan. Daarmee zijn we er nog niet, maar wel bijna. De AFM (Autoriteit Financiële Markten) is destijds door marktpartijen ook om nadere toelichting gevraagd. Twee vragen in het bijzonder zijn hier van belang.

Zijn de gedragsregels van de PSD van toepassing op spaarrekeningen?
Dit is afhankelijk van het aantal tegenrekeningen van de spaarrekening en de wijze waarop de spaarrekening wordt gebruikt. Als vanuit de spaarrekening slechts naar één vaste tegenrekening transacties kunnen worden overgeboekt en de rekeninghouder van de spaarrekening en de tegenrekening gelijk is, dan is de PSD in ieder geval niet van toepassing.”
Vallen rekeningen die slechts met een beperkt aantal vaste tegenrekeningen deelnemen aan het betalingsverkeer ook onder de PSD?
Door de vaste tegenrekening delen deze rekeningen een belangrijke karakteristiek met spaarrekeningen: ze zijn namelijk niet bedoeld om deel te nemen aan het betalingsverkeer. Daarom vallen deze rekeningen niet onder PSD. Aanvullende vraag was of de tegenrekening dezelfde tenaamstelling moet dragen als de beleggersgirorekening. Dit is geen eis uit de PSD […]

Dat was toen. Hoe wordt het met PSD2? 
Op dit punt verandert er niets. Ten eerste: de PSD2 hanteert exact dezelfde definitie van betaalrekening als de PSD1. Niets in de PSD2 wijst erop dat de scope is gewijzigd, waardoor bijvoorbeeld rekeningsoorten die voorheen buiten scope vielen nu ineens in scope dienen te vallen. Ten tweede: de Nederlandse wetgever is van plan om de definitie van betaalrekening bij de implementatie van PSD2 ongewijzigd gelaten, zo blijkt uit de consultatie wetvoorstel PSD II en de bijbehorende Memorie van Toelichting. 

Ook daar geen aanwijzingen die wijzen op verandering van scope. Ten derde: er zijn geen signalen dat de AFM van zienswijze is veranderd of gaat veranderen. De hierboven gegeven antwoorden zijn nog steeds op haar site te vinden. Tot slot de RTS. Het valt buiten het mandaat van de EBA om een definitie of scope uit de Level-1 tekst (de PSD2) te wijzigen, als ze dat al zou willen. Ook daar zul je geen aanknopingspunt vinden waardoor vrij opneembare spaarrekeningen opeens in scope van de PSD2 zouden zijn. 

Conclusie 
De kernvraag is en blijft: is de rekening (primair) bedoeld om deelname aan het betalingsverkeer mogelijk te maken? Dit is ultimo aan de bank in kwestie om te bepalen. Maar de kans is erg groot dat de spaarrekening niet in scope van PSD2 blijkt. Of ze vrij opneembaar is, is slechts één van de verschillende aspecten die meegewogen moet worden. Hoe meer betaalfaciliteiten op de rekening zijn toegestaan, hoe groter de kans dat het een betaalrekening in de zin van PSD is.

Auteur: Michal Kalina, PSD2 expert