Rondetafelbijeenkomst: Pensioendossier steeds meer taak van CFO

Wat voor effecten heeft de crisis op pensioenen? Hoe gaan ondernemingen in deze tijden om met de pensioenen van hun werknemers? Is het defined benefit (DB)-systeem beter dan het defined contribution (DC)-systeem en welke is op den duur het meest houdbaar? Deze en talloze andere vragen over pensioenen kwamen aan de orde tijdens de CFO-rondetafelsessie 'Planning your way out of the financial crisis', die werd georganiseerd door CFO Magazine en AEGON.

Tijdens de informele sessie konden de aanwezige CFO’s, pensioen- en finance directors vrijuit praten over de problemen en vragen die zij tegenkomen in de pensioenregelingen van hun onderneming. Er werden ervaringen uitgewisseld en problemen aan de orde gesteld waarvoor een oplossing werd gezocht. Voor AEGON was de bijeenkomst een goede mogelijkheid om te horen wat er leeft onder de CFO’s als het gaat om pensioenen. “We praten met internationale bedrijven over pensioenen, je ziet dat de bewustwording daarover erg omhoog is gegaan door de crisis”, stelt Frans van der Horst, Managing Director van AEGON Global Pensions.

“De pensioenkosten die sterk stijgen en volatiel zijn, vormen echte cashdrains voor ondernemingen”, aldus Van der Horst, die voor de aanwezigen uit de praktijk een aantal trends op pensioengebied schetste. Zo is er volgens hem bij internationaal opererende bedrijven een beweging te zien naar centralisatie van het pensioendossier. “Bedrijven willen weten wat er mogelijk is voor corporate pensioenen. Vaak zitten ze vast in regelgeving of krijgen ze te maken met blokkades van de vakbonden. Je ziet een spanning tussen het centraal formuleren van beleid en de lokale uitvoering. Pensioenen zijn altijd lokaal geweest, maar men wil nu naar meer centraal. Sommige ondernemingen zijn ertoe overgegaan om bepaalde service level agreements af te spreken waaraan men lokaal moet voldoen. Een volgende stap is dat er centraal een lijst van approved providers wordt opgesteld.”

Aan de hand van een aantal voorbeelden geeft Van der Horst aan wat er zoal speelt in de pensioenwereld. Er zijn bedrijven die de pensioenverplichtingen het liefst van de balans willen verwijderen. Van der Horst ziet echter ook dat pensioenen steeds minder worden ingestoken vanuit een HR-oogpunt en meer worden gezien als onderdeel van het beloningsbeleid.

“Er zijn ondernemingen die zich verantwoordelijk voelen voor werknemers en vanuit dit oogpunt wordt een DB-systeem bewust in stand gehouden. Je ziet ook ondernemingen die de pensioenverplichtingen inmiddels te duur vinden voor het bedrijf en die alle DB-regelingen rustig aan afsluiten zijn.” Een groep waar maar weinig bedrijven echt raad mee weten in hun pensioenvoorzieningen, zijn de expats, de in het buitenland werkende werknemers. “Veel bedrijven hebben geen regeling voor deze groep. Meestal is de houding: we zien wel hoe we dat doen. Maar ook hier komen regelingen voor”, stelt Van der Horst.

Hoewel we werken naar één Europa, is hiervan op het gebied van pensioenen nog lang geen sprake. Veel Amerikaanse bedrijven zouden graag zien dat alles onder één noemer wordt gebracht. Er is dan ook interesse voor een pan-Europees pensioenfonds. Dat zou de overstap van DB naar DC kunnen vergemakkelijken, volgens Van der Horst.


DEKKINGSGRAAD

Hoe de crisis van invloed is op de pensioenen, blijkt uit het voorbeeld van een groot bedrijfspensioenfonds, dat voor 70 procent in zakelijke waarden zoals aandelen en private equity belegde. Over de afgelopen jaren werden uitstekende resultaten behaald, maar met het instorten van de financiële markten en tegelijkertijd de sterk dalende rentes daalde ook de dekkingsgraad van ca. 180 naar 80 procent per eind 2008.

Inmiddels is de dekkingsgraad weer tot ruim boven de minimumdekkingsgraad van 105 procent gestegen, mede dankzij aanvullende stortingen van de sponsor. Dit voorbeeld leidde ook tot de vraag of de discussie over dekkingsgraden wel de juiste is, wanneer die dekkingsgraad zo sterk fluctueert. “Het gaat tenslotte om de toekomstige verplichtingen van een fonds, en herstel is mogelijk”, stelde een van de aanwezigen. De vraag kwam op of de regelgeving niet te ver is doorgeschoten. “Waarom moeten we rekenen met de rekenrente van nu? De rente gaat na verloop van tijd wel weer omhoog.”

Niet iedereen was het hiermee eens. “Dan ga je uit van herstel, maar in Japan is de markt niet hersteld. Het kan ook fout gaan”, waarschuwde een andere deelnemer. Een terugkerende vraag is of het DB-pensioen, waarbij men een vaste uitkering gegarandeerd krijgt, op de lange termijn wel houdbaar is, en of het niet beter is deze regelingen om te zetten in DC, waarbij men een geldbedrag krijgt om zelf te investeren in een pensioenregeling. “We werken al tien jaar aan DC, maar we merken in de praktijk dat de mensen niet actief bezig zijn met hun pensioen”, aldus een CFO.

“Nu de beleggingsresultaten tegenvallen, zijn we begonnen toch iets collectief te regelen, dat wil zeggen een collectief nabestaandenpensioen en een collectieve levensloop. De vrijheden die men had, hebben we teruggebracht. We voelen toch een zorgplicht voor onze werknemers. Het omzetten van DB in DC heeft ons veel discussie met pensioenverzekeraars opgeleverd en frustratie bij de werknemers. Je moet bewuster met pensioenen omgaan, een deel hebben we nu weer zelf geregeld. We hadden de verwachting dat jonge mensen juist geïnteresseerd zouden zijn in hun pensioen, maar dat klopt niet. Voor hen is het een ver-van-mijn-bedshow.”

Volgens Johan van Egmond van AEGON Global Pensions blijkt uit onderzoek dat veel Nederlanders niet weten wat een DC-regeling is of wanneer hun AOW ingaat. “In Nederland hebben we mensen het idee meegegeven dat we voor hen zorgen, dat het allemaal wel goed komt met het pensioen. We moeten de stap naar DC zeer voorzichtig zetten. Bij AEGON hadden we de keuze om over te gaan van een DB- naar een DCregeling. De resultaten van de DC-regeling vielen tegen. Na drie jaar hebben we een reparatie uitgevoerd. De stap was te snel gezet. Drie kwart van onze werknemers heeft nu een DB-regeling of een hybride regeling. Tot een salaris van 30.000 euro vallen ze onder de DB-regeling, daarboven geldt een DCregeling en dat is prima.”

Dat hogeropgeleiden beter in staat zijn hun DC-pensioen te regelen moet niet voetstoots worden aangenomen, waarschuwt een deelnemer. “Ook financiële experts hebben hier moeite mee. Hier spelen ook de psychologische zwakheden van de mens een rol. Het is een uitdaging om bij de switch van DB naar DC betere regelingen te maken. Bij DB-regelingen kun je hedging inzetten om de risico’s te ondervangen en in DC-regelingen kun je ook derivaten gebruiken. Er zijn inmiddels al DC-regelingen waarin dat gebeurt, die zijn vanuit gebruikersperspectief verrassend eenvoudig en leveren een veel betere risicobeheersing dan de gebruikelijke regelingen. In traditionele DC-regelingen wordt mensen gevraagd welk beleggingsrisico ze willen lopen. Dat is een vreemde vraag, want het gaat in feite om het pensioenrisico dat je wilt lopen. In een goed gestructureerde regeling staat daarom niet het beleggingsrisico, maar het pensioenrisico centraal.”


ONBEGRIP

Zodra ondernemingen zelfs maar de letters DC noemen, stuiten ze op verzet van de vakbonden. “Dat is vooral uit onbegrip. Als zij beter beseften wat er allemaal mogelijk is, zouden ze zich vast en zeker veel opener opstellen. We moeten innovatieve middelen gebruiken. Op den duur zijn DB-regelingen niet houdbaar en een goed alternatief is daarom in ons aller belang. IFRS laat niet zien wat de werkelijke kosten van DB-regelingen zijn. Als ondernemingen daar zicht op hadden, zouden ze al snel vaststellen dat DB-regelingen uiteindelijk niet houdbaar zijn”, stelt een van de aanwezigen.

Er zijn echter ondernemingen die uit kostenoogpunt vasthouden aan DB. “Het voordeel is dat je risico’s collectief kunt nemen en je daardoor iets meer kunt veroorloven. Als je naar DC gaat, moet je mensen trainen om beslissingen te nemen over hun pensioen en er zitten veelal hogere uitvoeringskosten aan vast. Een nadeel van DB is weer dat het moeilijker overdraagbaar is. Daarom zie ik zelf APG als een groot voordeel. Je regelt daarmee de pensioenen uit verschillende organisaties en veelal hoeven de deelnemers niet van pensioenfonds te veranderen bij een overstap naar een andere werkgever.”

Toch is ook deze pensioenverantwoordelijke begonnen de regelingen te versoberen en de pensioenverplichtingen van de balans te halen (derisken). “We zijn er aan alle kanten mee bezig. We kijken naar een versobering van de regeling en de indexatie. Verder kijken we naar equities en naar valuta-afdekking en renteafdekking, maar dat is te duur op dit moment. In de jaren tachtig hebben we ook een crisis gehad, maar toen was het pensioen geen issue, omdat het niet op de balans terugkwam.

Met de komst van IFRS krijg je allerlei papieren onzin. Eerst ging men naar het middenloon en nu naar DC. Dat gebeurt niet omdat het slechter gaat, maar omdat het anders op de balans komt. In een wisselende markt helpt het om bij een overname te weten waar je liabilities liggen.” Over de optimale beleggingsmix voor pensioenfondsen verschilden de meningen van ‘een pensioenfonds moet saai zijn en niet in aandelen gaan’, tot ‘de verplichting tot de werknemer is hard en als die dat risicovol afdekt, moet je als sponsor op de blaren zitten als het fout gaat’. Hierbij wees een van de aanwezigen erop dat je er dan van uitgaat dat de sponsor de crisis overleeft. “Dat is lang niet altijd het geval.”


INFLATIE

Volgens de laatste spreker is de Nederlandse pensioensector in het algemeen zeer kwetsbaar voor inflatie. “Bij een nominale dekkingsgraad van rond de 100 procent moet je al alle zeilen bijzetten om de nominale pensioenen zeker te stellen. Het zeker stellen van de indexatie zit er dan echt niet meer in. Daar heb je veel hogere dekkingsgraden voor nodig. Je kunt weliswaar proberen hogere rendementen te halen, bijvoorbeeld door meer in aandelen te beleggen, maar daarmee heb je de inflatierisico’s allerminst goed afgedekt. Bovendien ben je dan erg kwetsbaar voor nieuwe tegenslagen, waardoor je zelfs de nominale zekerheid die tot voor kort boven welke twijfel leek te staan, niet meer hebt.

Inmiddels weten wij dat die zekerheid bij veel fondsen niet waargemaakt kon worden. En dan heb ik het niet alleen over ongeveer 35 fondsen die inmiddels hebben moeten afstempelen. Er zijn veel meer fondsen waar de nominale zekerheid veel kleiner is dan hun regelingen lijken te suggereren. Als je zekerheid wilt verkopen, heb je het over harde verplichtingen en die moet je niet zacht financieren. Wellicht is het accepteren van enige onzekerheid uiteindelijk beter, omdat je er een hoger pensioen aan kun overhouden, maar dan moet er geen zekerheid worden verkocht.”

De discussie over de toekomst van de pensioenen zal de agenda’s van CFO’s voorlopig blijven beheersen. Tijdens roadshows krijgen CEO’s en CFO’s te maken met vragen over hun pensioenfonds en de eraan verbonden risico’s. “Beleggers krijgen er steeds meer oog voor.”