Zelf doen of uitbesteden? Het is een vraag die ook bij pensioenregelingen aan de orde komt. Of liever gezegd: steeds vaker aan de orde komt, zegt Peter Kok, CFO van Delta Lloyd Groep. En hij constateert dat steeds meer ondernemingen besluiten hun pensioen onder te brengen bij een verzekeraar.

“Pensioen”, zegt de Dikke Van Dale, is ‘een geregelde uitkering’. Om er aan toe te voegen dat dit een verouderde omschrijving is. En inderdaad: hoe ‘geregeld’ is de uitkering die pensioengerechtigden genieten nog? Een vraag waarvoor de afgelopen tijd in de kranten en andere media veel aandacht was.

Belangrijkste conclusie: dat de waarde- en welvaartsvastheid van de pensioenen van Nederlandse werknemers allerminst zeker zijn. In het verleden bood het Nederlandse pensioensysteem een bepaalde zekerheid in de pensioenopbouw: er was een zogeheten ‘defined benefit’ systeem waarbij de pensioenaanspraken in een bepaalde vaste verhouding stonden tot het laatst verdiende loon of – iets minder florissant – het gemiddelde loon.

Die tijd is niet meer; al zijn er nog eindloonregelingen en middelloonreglingen, het ‘defined benefit’ systeem verschuift naar een ‘defined contribution’ systeem’ waarbij de werkgever vaste premies afdraagt maar geen garantie biedt over de hoogte van de pensioenuitkeringen, zegt Peter Kok, CFO van Delta Lloyd Groep.

Die verschuiving dient zich al jaren aan. Een ‘defined benefit’ systeem bestaat bij de gratie van een groot arsenaal aan werkenden ten opzichte van de pensioengerechtigden. Pensioenfondsen kunnen dan eventuele tekorten makkelijk opvangen door een bescheiden verhoging van de pensioenpremies voor de (vele) werkenden.

Een tweede voorwaarde is dat de pensioenfondsen goede beleggingsrendementen behalen. Van geen van beide is in Nederland nog sprake. Het aantal werkenden ten opzichte van pensioengerechtigden neemt al jaren af. Immers: Nederland vergrijst.

Het aantal 65-plussers zal volgens het CBS tot 2038 toenemen van zo’n 15 procent van de bevolking naar 25 procent. En al zit het er dik in dat mensen langer gaan doorwerken en de pensioengerechtigde leeftijd omhoog gaat: de beroepsbevolking wordt kleiner, terwijl het aantal gepensioneerden groeit.

Pensioenfondsen krijgen dus minder pensioenpremies binnen, terwijl ze meer moeten uitkeren. Dit kan waarschijnlijk alleen als hun beleggingsopbrengsten hoog genoeg zijn. Maar dat zijn ze lang niet altijd. De afgelopen maanden al helemaal niet, en is er een onplezierig ‘pensioengat’ ontstaan.

Door de beursval komen Nederlandse pensioenfondsen volgens Het Financieele Dagblad op dit moment zelfs 150 miljard euro tekort om pensioenen volledig voor inflatie te compenseren. In combinatie met de recente versnelling van de prijsstijgingen betekent dit dat de koopkracht van pensioenuitkeringen extra wordt uitgehold.

Experts verwachten volgens de krant dat zeker één op de drie pensioenfondsen over 2009 in het geheel geen inflatie zal vergoeden als de beurzen niet herstellen. Een groot deel van de resterende 700 Nederlandse pensioenfondsen gaat slechts tot gedeeltelijke inflatievergoeding over.

De gevolgen van de vergrijzing en de achterblijvende beleggingsprestaties van de pensioenfondsen voor de pensioenuitkeringen kunnen verstrekkend zijn. Hoogleraar Corporate Finance Arnoud Boot sprak onlangs in NRC Handelsblad zelfs de vrees uit dat zijn pensioen weleens 50 procent lager kan uitvallen dan waar hij enkele jaren geleden nog op mocht vertrouwen.

 
ONHOUDBARE SITUATIE
Het belangrijkste recept van de Nederlandse overheid om te voorkomen dat het ‘pensioengat’ te groot wordt, is meer marktwerking. Zoals de overheid marktwerking in de zorg (denk aan de Ziektewet en de WAO) heeft gestimuleerd, zo heeft ze dat deels ook op pensioengebied gedaan.

Zo zijn bedrijfstakpensioenfondsen sinds enkele jaren op grond van de zogeheten 'vrijstellingsrichtlijn' verplicht om op aanvraag te tonen welk beleid ze voeren en welk rendement ze hebben behaald. Om de uitvoeringskosten bij de rendementsberekening te betrekken, moet het fonds ook een 'z-score' berekenen volgens een wiskundige formule.

Blijkt na een meting over een periode van vijf achtereenvolgende jaren dat de z-score lager is dan een nu al vastgestelde norm, dan kan een onderneming dispensatie van wettelijk verplichte deelname vragen aan het pensioenfonds. Het bedrijf kan dan bijvoorbeeld de pensioenregeling bij een verzekeraar onderbrengen die met meer succes belegt en daardoor lagere premies kan heffen.

“In theorie dan”, zegt Kok. “In de praktijk heb ik dit nog niet zien gebeuren.” Hij verwacht wel dat dit in de toekomst vaker zal voorkomen. “Nu heb je aan de ene kant nog min of meer verplichte deelname aan een pensioenfonds, dat nog eens belastingvrijstelling geniet ook.

Voor verzekeraars is het daar moeilijk mee concurreren, terwijl die pensioenfondsen zich wel op onze markt mogen begeven. Er is dus geen ‘level playing field’. Ik kan me niet voorstellen dat dit voldoet aan de Europese concurrentierichtlijnen. Het is volgens mij geen houdbare situatie; vroeg of laat zullen verzekeraars en pensioenfondsen eenzelfde concurrentiepositie gaan bekleden.”

Een verzekeraar als alternatief voor een pensioenfonds: het is eveneens een optie voor bedrijven die níet verplicht zijn aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, maar hun pensioen zelfstandig of met een groep bedrijven hebben ondergebracht in een eigen ondernemingspensioenfonds.

Sterker nog, juist voor deze ondernemingen – die veel meer keuzevrijheid hebben dan ondernemingen die bij een bedrijfstakpensioenfonds zijn aangesloten – is de vraag actueel of ze het pensioen in eigen beheer moeten houden of het uitbesteden aan een verzekeraar.

Kok constateert dat steeds meer ondernemingen besluiten hun pensioen onder te brengen bij een verzekeraar, of het nu is omdat ze lagere kosten willen, omdat ze capaciteitsgebrek hebben of omdat ze hopen op betere rendementen op hun beleggingen en minder risico’s.

“Het onderwerp leeft zeker. Wij merken het ook aan het toegenomen aantal pensioencontracten dat wij de afgelopen tijd hebben overgenomen. Alleen al dit jaar verwacht ik dat zo’n anderhalf miljard euro aan premieverplichtingen aan ons zullen worden overgedragen.” Zo nam Delta Lloyd Groep vorig jaar het pensioen van Friesland Foods over, waarvoor de verzekeraar 800 miljoen euro kreeg van het zuivelbedrijf.


ONGELOFELIJK COMPLEX
De trend naar uitbesteding van het pensioen aan een verzekeraar is versneld door de invoering van IFRS in 2005 en de nieuwe Pensioenwet in 2007. Onder IFRS moeten verplichtingen en bezittingen tegen de dagwaarde op de balans worden gezet.

“De waarde van de toekomstige verplichtingen zoals pensioenen fluctueren onder invloed van indexatie of door verwachte salarisverhogingen.” Hetzelfde geldt al helemaal voor de waarde van de beleggingen – kijk alleen maar naar de val in de beurskoersen in de afgelopen maanden. En: “Als de dekkingsgraad van het pensioenfonds volgens de IFRS-cijfers onvoldoende is, dan moet de onderneming bijspringen. Terwijl vroeger de tekorten van pensioenfondsen niet noodzakelijkerwijs terug te vinden waren in de jaarverslaglegging van de onderneming.

Natuurlijk moesten ondernemingen uiteindelijk wel opdraaien voor eventuele tekorten. Maar ze hoefden niet van het ene jaar op het andere een vanwege plotseling veranderde inzichten enorme bedragen bij te storten.”

Natuurlijk is het ook mogelijk dat een pensioenfonds juist een overschot vertoont, maar wat dan nog? “Je blijft onder IFRS zitten met een enorme volatiliteit in de cijfers van je pensioenfonds. Door die volatiliteit kan de jaarwinst zo een factor vier tot vijf keer stijgen of dalen. Daar zit een onderneming niet op te wachten.”

Los van de financiële consequenties, brengt IFRS door alle verslaggevingsregels een enorme administratieve rompslomp voor pensioenfondsen met zich mee. Hetzelfde geldt voor de Pensioenwet.

“Die stelt allerlei eisen aan pensioenfondsen, onder meer op het gebied van transparantie. De regeling dwingt pensioenfondsen ook hun automatiserings- en rapportagesystemen aan te passen. Ze moeten kortom tot in detail kennisnemen van de nieuwe wet, en deze eveneens tot in detail doorvoeren. Dat is een ongelofelijke complexe aangelegenheid.”

Of het nu is omdat bedrijven goede beleggingsresultaten willen behalen, omdat ze de administratieve lasten willen terugdringen of omdat ze af willen van fluctuaties in hun balans die het zicht op hun bedrijfsprestaties ontnemen: de redenen om hun pensioen onder te brengen bij een verzekeraar zijn legio.

“Door z’n pensioen onder te brengen bij een verzekeraar, kan een onderneming naar believen een ’defined benefit’ een ‘defined contribution’ of een hybride systeem hanteren.” Het risico dat een werkgever z’n pensioenverplichtingen jegens z’n werknemers niet kan nakomen, is veel beperkter dan wanneer hij het beheer in eigen huis houdt.

Immers: “Een verzekeraar – dit geldt tenminste voor Delta Lloyd Groep – heeft veel deskundigheid op het gebied van pensioenen en beleggen, met een enorme beleggingsportefeuille. We kunnen veel makkelijker de ‘liabilities’ en de ‘assets’ van een pensioenfonds met elkaar ‘matchen’, makkelijker dan een onderneming met een beleggingsportefeuille van beperkte omvang waar een CFO het beleggingsbeleid van zijn pensioenfonds er maar een beetje bijdoet.

En we zijn een enorm solvabele onderneming, die onze huidige pensioenverplichtingen rond de 300 keer kan voldoen.” Ook de administratieve lasten zijn beperkt, zelfs bij invoering van een complexe regeling, aangezien een verzekeraar door z’n schaalgrote lage verwerkingskosten heeft.

“Natuurlijk kost het geld wanneer je ons inschakelt, en is een ‘defined benefit’- systeem ook bij ons relatief duur. Maar het is goedkoper dan zelf doen. Te meer daar een verzekeraar de tijd heeft om alle wettelijke veranderingen te bestuderen en om deze door te voeren in de automatiseringssystemen.”

Tot slot komt er een einde aan de fluctuaties in de resultaten die het gevolg zijn van de IFRS-verslaggevingsregels. Immers: het pensioen is ‘off balance’ gebracht; wat eventueel rest zijn – afhankelijk van het contract met de verzekeraar – vaste pensioenlasten en/of beleggingsopbrengsten.

De stabiliteit in de cijfers die de onderneming naar buiten brengt, keert zodoende terug. En de onderneming kan – waarschijnlijk tegen lagere kosten dan voorheen – weer doen waar ze goed in is, waarvoor ze de productiecapaciteit heeft, zonder onnodige risico’s te nemen. Kortom: voor de onderneming een ‘defined benefit’!