Er is in Nederland al jaren veel discussie over de verslaggeving van pensioenen. Eén van de vragen gaat over de behandeling van een pensioenoverschot: wanneer moet zo'n overschot worden geactiveerd in de balans van de onderneming?

Activering van een pensioenoverschot vindt plaats als de onderneming economische voordelen heeft van dit overschot; dat voordeel kan een mogelijke teruggave van premie zijn, of een vermindering van in de toekomst te betalen  premie.

Om tot activering van een pensioenoverschot te kunnen overgaan is beschikkingsmacht noodzakelijk. Of hiervan sprake is moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke omstandigheden in relatie tot het fonds.

Om dit te beoordelen kijkt men naar onder meer de uitvoeringsovereenkomst (voorheen: financieringsovereenkomst), afspraken tussen de onderneming en het fonds, besluiten van het fondsbestuur, overeenkomsten met betrekking tot eigen bijdragen van personeel en hun eventuele aanspraken op overschotten.

Van beschikkingsmacht is sprake in geval van een beslissing van het pensioenfonds om geld terug te betalen. Of door het bestaan van een overeenkomst waarin is vastgelegd dat toekomstige bijdragen van de onderneming worden verminderd of terugbetaald, bijvoorbeeld een een formule of staffel om de bijdrage in de toekomst te bepalen waaruit blijkt dat van een dergelijke beschikbaarheid sprake is.

Voor Nederlandse pensioenregelingen is het vaak moeilijk om te bepalen of er sprake is van beschikkingsmacht. Aspecten van beschikkingsmacht zijn veelal niet geregeld in de statuten van het fonds of de uitvoeringsovereenkomst van het fonds.

Daarnaast brengen de eisen van DNB mee dat een minimum dekkingsgraad moet worden aangehouden door het pensioenfonds. Voor het bedrag van het overschot dat onder deze minimum dekkingsgraad ligt zal geen sprake zijn van beschikkingsmacht.  In veel situaties van een overschot zal er derhalve geen sprake zijn om dit op te nemen als actief in de balans.


Bron: Tijdschrift Financieel Management: Jaarverslag ism KPMG