Er wordt verwacht dat we alles wat thuis zit ook meenemen in onze begroting. Als we dat niet doen krijgen we een boete van 5000 euro. Lekkere stimulans.

Door Bernhard Nanninga MBA & Jorg Duursma - Mobiliteitsmakelaars

“Gelukkig is de Participatiewet aangenomen en is de Quotumwet ingediend. Gelukkig? Ik ben er helemaal niet gelukkig mee, maar nu is wel duidelijk wat de regering van ons als ondernemers verwacht. We mogen niet alleen opdraaien voor iedereen binnen het bedrijf, maar nu ook er buiten”.

Zo openden we het seizoen 2014 met een nieuwe column over de Participatiewet die in werking zou treden. Een wet die er in onze optiek nooit had mogen komen. Participatie wil zeggen dat iedereen kan deelnemen. Met de nadruk op kan.
En niet iedereen kan of wil. Niet de kandidaat en niet de ondernemer. 

Wat is de achterliggende gedachte van de wet. Mensen die niet uit eigen kracht de arbeidsmarkt kunnen betreden. Maar die juist wat aandacht en zorg nodig hebben om een passende baan te vinden. Maar moeten wij niet als vanzelf meer aandacht voor deze doelgroep hebben?

We worden immers ondernemer omdat we een doel hebben. Met of zonder personeel. Welnu, nu wordt er van ons verwacht dat we alles wat thuis zit ook meenemen in onze begroting. En als we dat niet doen, dan krijgen we een boete van 5000 euro. Lekkere stimulans. Nu was ik altijd al voor het beloningsmodel, en met mij veel ondernemers, want dat zijn onder andere zaken die ons drijven. Maar straf? Dat doet me denken aan mijn tijd op school. En we zijn toch geen kleine kinderen meer!

De participatiewet beoogde 125.000 banen te zullen creëren in 10 jaar tijd. Een vijfde bij de overheid zelf en de rest bij het bedrijfsleven. Dus 10.000 banen per jaar erbij. Zo niet dan krijgen we allemaal massaal sancties. Lukt het ons niet in 2017 minder mensen in de uitkeringen te hebben dan betaal je als ondernemer de rekening. Niet alleen door de boetes, maar reken maar dat er ergens een premie omhoog gaat.

En daar zit nu net de sleutel van het hele verhaal. Immers we zijn met z’n allen verantwoordelijk voor iedereen die niet kan werken. Onze kinderen, de studenten, opa en oma, de mensen die vanwege een ziekte even niet kunnen werken en alle overige die in welke uitkering dan ook zitten. 
Dus het creëren van banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt levert geld op. Minder belastingdruk, een hogere concurrentiepositie in Europa.
Dus ook meer winst in de eigen onderneming en dan kunnen we opnieuw weer mensen aannemen. 

Zonder Participatiewet geen beweging moet het kabinet hebben gedacht. En deels terecht. Anders hadden ze het nooit hoeven bedenken. Maar een Quotum? Dat nooit. Als er voor 2017 niet in staat zijn meer mensen aan te nemen dan volgen sancties. Niet nodig. Belonen moet je ondernemers die anders willen zijn.

Onze ervaring is dat er veel mensen zijn die prima passen bij ieder bedrijf met enige wil. Een laborante met 1 goed been en de andere met een prothese. Maar uiterst slim. Die blinde telefonist kennen we wel, maar ook wel eens gedacht aan een medewerker klantenservice die wat minder ziet of in een rolstoel zit? Zij zijn beter dan wie dan ook in staat geduldig te luisteren naar wat mensen echt bedoelen. Ze bewaren de rust en luisteren tussen de regels door. Dat is goud. 

Dat is de werkelijke essentie van de Participatiewet. Ons laten inzien dat er toppers zijn die nu noodgedwongen thuis zitten.

Wij ons ondernemers bepalen of we Participatie zonder regels kunnen oppakken, daar hebben we geen quotum voor nodig. 

De volgende keer gaat het over de werking van de wet in de praktijk. 
 
Bernhard Nanninga is in het dagelijks leven directeur van BC Group te Zwolle. Een detacheringsbureau aan de “onderkant van de arbeidsmarkt”. Hij ziet als geen ander de keerzijde van de wet en de al dan niet vermeende inspanningen van ondernemers. Met wisselende resultaten. Als expert in de uitvoering van de Participatiewet helpt hij ondernemers dit pad goed te bewandelen.
 
Jorg Duursma is Mobiliteitsmakelaar bij de Rijksoverheid. Hij weet uit ervaring als sporter en –coach dat mensen meer talenten hebben dan ze kunnen benoemen. Ook ziet hij de koudwatervrees van directeuren maar veel meer nog van medewerkers P&O. In de praktijk lopen Jorg en Bernhard elkaar tegen het lijf en wisselen zo kennis en kandidaten uit. En brengen samen trajecten tot een goed einde.