Dankzij hun Nederlandse achtergrond slagen Nederlandse banken en verzekeraars erin een belangrijke positie op de Amerikaanse markt te veroveren. Dit concludeert historica Gerarda Westerhuis in haar proefschrift. Zij promoveert op 16 april aan de Universiteit Utrecht.

Een succesfactor van Nederlandse banken en verzekeraars in de VS is dat ze flexibel zijn in het aanpassen van hun bedrijfsvoering. De Nederlandse banken doen het in de VS vooral goed in commercial banking en verzekeringsactiviteiten. Minder succesvol zijn ze in investment banking.

Westerhuis concludeert dat de Nederlandse organisatie van het bedrijfsleven (open economie, ondersteunende rol van de staat, risicomijdend gedrag van ondernemingen, koloniale verleden) een positieve invloed heeft op internationale expansie.

Daarnaast is het van belang om in de organisatie en in het management van de Amerikaanse activiteiten kenmerken van de eigen onderneming te combineren met kenmerken van de Amerikaanse manier van zakendoen.

In haar onderzoek nam Westerhuis drie ondernemingen als uitgangspunt: ABN AMRO, Rabobank en Nationale Nederlanden. In 2006 was ABN AMRO de grootste buitenlandse bank in de Verenigde Staten en ING een van de grootste buitenlandse verzekeraars. Rabobank heeft zich ontwikkeld tot een belangrijke agribusiness bank op de Amerikaanse markt.