Vroegpensionering en het ontbreken van spaarsystemen voor de financiering van pensioenen spelen een sleutelrol in het verzwakken van de houdbaarheid van de Europese pensioensystemen. Dit blijkt uit het derde jaarlijkse Europese Pensioenbarometer rapport dat vandaag is gepubliceerd door Aon Consulting, toonaangevend adviseur op het gebied van pensioenen en werknemersverzekeringen. Nederland staat er op het gebied van pensioenen goed voor en hoeft momenteel alleen Denemarken voor zich te dulden op de Europese ranglijst.

"Hoewel we in een verenigd Europa leven, blijken de landen onderling sterk te verschillen als het gaat om pensioenen en de houdbaarheid daarvan. De Pensioenbarometer laat duidelijke kleurverschillen zien tussen de ons omringende landen," stelt Jan Calon, senior consultant bij Aon Consulting Nederland. "De Nederlandse pensioensituatie ziet er bijvoorbeeld stukken beter uit dan de Belgische. Zo is de participatiegraad van 55 plussers op de arbeidsmarkt in Nederland flink hoger. In slechts zeven landen is er sprake van een relatief rustig beeld."  
 
De gemiddelde pensioenleeftijd in de Europese Unie (EU) is in het afgelopen jaar gestegen van 60,5 jaar naar 61 jaar. Desondanks blijven er genoeg zorgen bestaan voor de Europese regelgevers, regeringen, werkgevers en werknemers als zij de kwaliteit van de Europese pensioenregelingen op een hoog niveau willen houden of brengen. Denk daarbij aan het verhogen van de arbeidsparticipatie en de politieke uitdaging om de pensioenleeftijd te verhogen.
 
Nederland
De goede positie op de ranglijst dankt Nederland vooral aan het gezonde pensioensysteem. "Nederland is redelijk vooruitstrevend geweest met haar pensioenhervormingen. Andere landen moeten nog volgen," zegt Calon. "Daar komt bij dat het merendeel van de Nederlanders spaart voor het eigen pensioen. De AOW mag dan wel laag zijn, de pensioenregelingen voor werknemers zijn goed. Er wordt streng en goed toezicht gehouden. De combinatie van toezicht, de spaardiscipline en de relatief gunstige demografische factoren maken Nederland tot een voorbeeld voor andere Europese landen. Ik kan me voorstellen dat het goed functionerende pensioenstelsel en de aanwezige pensioenkennis in Nederland interessant zijn voor werkgevers en werknemers in andere EU-landen. De druk en de noodzaak om meer te sparen wordt voelbaar door de hele Europese Unie. De Pensioenbarometer toont dat eens te meer aan".
 
De Europese trend is dat er vooral wordt bezuinigd op staatsregelingen. Privé pensioenregelingen compenseren dit tekort, waardoor de druk voor werkgevers blijft toenemen om ervoor te zorgen dat de regelingen robuust en houdbaar zijn. Tussen 2006 en 2007 is de gemiddelde participatiegraad van de Europese beroepsbevolking in privé regelingen gestegen van 40,2% tot 41,9%. Deze trend zal zich voorzetten in de komende jaren, zo verwacht Aon.
 
"De vergrijzing en de kosten die werkgevers en werknemers maken, betekenen dat we in Nederland zeker niet achterover moeten leunen. De uitdaging van de overheid is om de goede positie te behouden en werkgevers en werknemers mogelijkheden te bieden voor beheersbare en houdbare pensioenregelingen," aldus Calon.
 
Over het Europese Pensioenbarometer Rapport

Het Europese Pensioenbarometer rapport van Aon benadrukt de risico's waarvoor EU-landen zich gesteld zien en richt zich op de invloed en de druk die pensioensystemen hebben op de economie, werkgevers en de bevolking van ieder EU-land. Het rangschikt landen door deze te beoordelen op vier sleutelgebieden voor wat betreft pensioenrisico's: demografische aspecten, toereikendheid van staatsvoorzieningen, betaalbaarheid en houdbaarheid van het staatspensioen en bedrijfspensioenen.