De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht (Wft ) en enkele andere wetten. Het betreft onder andere wijzigingen die voortvloeien uit door de toezichthouders en marktpartijen aangedragen knelpunten.

Behalve wijzigingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft ) bevat het voorstel wijziging van een aantal andere wetten, te weten het Burgerlijk Wetboek, de Faillissementswet, de Wet handhaving consumentenbescherming, de Wet toezicht accountantsorganisaties en de Wet op de economische delicten.

Een belangrijk element in het wetsvoorstel is de nadere invulling en uitbreiding van de verplichte vrijstellingsmelding, ook wel het ‘wildwestbordje’ genoemd. Sommige aanbiedingen van financiële producten staan niet onder toezicht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanbieding van bepaalde beleggingsinstellingen met een minimale inleg van 50.000 euro.

In die gevallen moet bij de aanbieding worden vermeld dat er geen toezicht is (de vrijstellingsmelding). Deze verplichting gaat nu ook gelden voor sommige aanbiedingen van effecten (zoals aandelen en obligaties), bijvoorbeeld als het gaat om beleggingen van minimaal 50.000 euro of aanbiedingen aan minder dan honderd personen.

Ook gaan er specifieke vormvoorschrift en voor een vrijstellingsmelding gelden. In het wetsvoorstel wordt ook een vrijwillig toezichtregime voor beleggingsinstellingen geïntroduceerd. Als beleggingsinstellingen hun deelnemingsrechten uitsluitend aanbieden aan bepaalde professionele beleggers, dan geldt er geen vergunningplicht.

Het komt voor dat buitenlandse institutionele beleggers alleen mogen investeren in beleggingsinstellingen die onder toezicht staan. Het nieuwe regime maakt het mogelijk dat beleggingsinstellingen vrijwillig onder toezicht komen te staan, ook al richten zij zich alleen op ‘gekwalificeerde beleggers’.

Op die manier staan zij ook open voor de bedoelde buitenlandse institutionele beleggers. Het wetsvoorstel moet nog voor advies aan de Raad van State worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. De geplande datum van inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2010.