Fors fiscaal risico: Belangrijkste beperkingen renteaftrek

Aan de hand van praktische voorbeelden een uiteenzetting van de renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting. Wat zijn de belangrijkste voor uw onderneming?

In de afgelopen tien jaar heeft de wetgever nogal wat renteaftrekbeperkingen ingevoerd in de vennootschapsbelasting. Een beperking van renteaftrek wil zeggen dat de betaalde rente niet van de (fiscale) winst kan worden afgetrokken. Dat kan leiden tot een fors hoger bedrag aan vennootschapsbelasting voor uw onderneming.

Om niet-aftrekbare financieringslasten te voorkomen is het van belang dat de financieel manager de fiscale restricties globaal kent en hij bij treasury, investerings- en financieringsbeslissingen goed overlegt met de bedrijfsfiscalist of de externe belastingadviseur.

Onzakelijk handelen
Voor de fiscale winstberekening van vennootschappen geldt dat de overheid alleen zakelijke kosten en opbrengsten bij het bepalen van de winst in aanmerking neemt. Een vennootschap handelt zakelijk wanneer onafhankelijke partijen tot dezelfde transactie zouden komen.

Er is bijvoorbeeld sprake van onzakelijk handelen wanneer aandeelhoudersmotieven de doorslag geven voor een bepaalde transactie. Belangrijk om te beseffen is dat de vennootschap in haar administratie gegevens moet opnemen waaruit door de belastingdienst kan worden afgeleid dat zakelijk is gehandeld.

Voorbeeld 1: bodemloze put lening
Onder omstandigheden moet een civielrechtelijke lening voor .scale doeleinden als eigen vermogen worden gekwalificeerd. Een fiscale herkwalificatie vindt bijvoorbeeld plaats als een aandeelhouder een lening verstrekt waarbij het op het moment van het aangaan van die lening (omwille van de solvabiliteit) al duidelijk is dat de lening nooit wordt terugbetaald.

Een externe bank zou dit geld dus nooit lenen. Omdat aandeelhoudersmotieven de doorslag geven bij het verstrekken van de bodemloze put lening, is de rentebetaling in fiscale zin een niet-aftrekbare winstuitdeling.

Voorbeeld 2: onzakelijke rente
Bij een hoger dan zakelijke rente is slechts het zakelijke deel aftrekbaar en wordt het meerdere beschouwd als een fictieve niet-aftrekbare winstuitdeling. Daarover moet mogelijk dividendbelasting worden betaald.

Bij een lager dan zakelijke rente moet eveneens het zakelijke deel aftrekbaar zijn, maar wordt voor het mindere een informele kapitaalstorting in de vennootschap in aanmerking genomen.

Renteaftrekbeperkingen specifieke bepalingen
Concludeert de belastingdienst dat de lening onder zakelijke voorwaarden is overeengekomen dan kan alsnog de renteaftrek worden beperkt. Tenminste, als men onder de reikwijdte valt van één van de hierna te behandelen specifieke renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting.

1. Rente op hybride leningen.
De aftrek van rente op een lening wordt beperkt als de lening feitelijk functioneert als eigen vermogen (een zogenoemde hybride lening). Dit is onder andere het geval als er een winstafhankelijke rentevergoeding is overeengekomen en de lening een looptijd heeft van meer dan tien jaar.

Als de geldlening is verkregen van een gelieerde vennootschap, dan wordt een winstafhankelijke vergoeding ook aanwezig geacht als er geen rentevergoeding is overeengekomen of een in belangrijke mate onzakelijke vergoeding is overeengekomen.

Voorbeeld: X en Y BV
Een voorbeeld ter verduidelijking: X bv bezit alle aandelen van Y bv. Beide vennootschappen zijn in Nederland gevestigd. X bv verstrekt een lening aan Y bv. De rente die wordt overeengekomen, is winstafhankelijk en de aflossingsdatum is meer dan tien jaar gelegen vanaf het tijdstip van aangaan van de lening.

In deze situatie kan Y bv de betaalde winstafhankelijke rente niet aftrekken van haar belastbare winst. Voor X bv is de ontvangen winstafhankelijke rente in beginsel niet belast als zij de deelnemingsvrijstelling kan toepassen. Let op: in situaties waarin X bv niet in Nederland is gevestigd of niet de aandelen in Y bv bezit. In dat geval kan het zonder fiscale planning voorkomen dat tegenover de niet-aftrekbare rente bij Y bv een belaste opbrengst bij X bv staat.

2. Anti-winstdrainage wetgeving
De zogenoemde anti-winstdrainage wetgeving richt zich tegen het uithollen van de in Nederland belastbare winst door het al dan niet kunstmatig creëren van een rentelast. Eén van de situaties die valt onder de antiwinstdrainage wetgeving is een zogenoemd kasrondje.

Een voorbeeld hiervan is wanneer een dividenduitkering (maar ook een terugbetaling van kapitaal of kapitaalstorting) wordt schuldig gebleven. In dergelijke gevallen kan de rente over de schuldig gebleven bedragen niet worden afgetrokken, tenzij een uitzondering van toepassing is.

Bij wijze van uitzondering vindt de uitsluiting van renteaftrek geen toepassing als aan de schuldigerkenning in overwegende mate zakelijke redenen ten grondslag liggen. Of er bij de schuldeiser een naar Nederlandse maatstaven redelijke belastingheffing plaatsvindt (belastingheffing door een belastingparadijs is bijvoorbeeld niet voldoende).

In de situatie van een schuldig gebleven dividenduitkering kan een zakelijke overweging zijn dat er (tijdelijk) geen middelen beschikbaar zijn voor het dividend, maar uit hoofde van een vaste dividendpolitiek toch een dividend wordt gedeclareerd.

Een ander voorbeeld is wanneer een vennootschap binnen het concern wordt verhangen. De rente die verband houdt met de lening van een gelieerde vennootschap ter verwerving van de aandelen (of kapitaalstorting) in een andere gelieerde vennootschap kan in beginsel niet in aftrek worden gebracht.

Tenzij één van de bovengenoemde uitzonderingen wordt ingeroepen. Wanneer een gelieerde vennootschap garant staat voor een lening van een externe financier, dan wordt een dergelijke lening toch beschouwd als een lening van die gelieerde vennootschap. Voor zover op eigen kracht die externe lening niet verkregen zou zijn. Let er dus op dat een garantstelling kan impliceren dat rente niet aftrekbaar wordt.

3.Overmatig financieren met vreemd vermogen
De thin cap regels beogen te voorkomen dat de in Nederland belastbare winst wordt uitgehold door vennootschappen met bovenmatig veel vreemd vermogen te financieren.

De beperking raakt maximaal de rente verschuldigd aan gelieerde lichamen en voor zover niet al in aftrek beperkt door overige bepalingen. Of sprake is van bovenmatig veel vreemd vermogen wordt beoordeeld aan de hand van de zogenoemde vaste ratio toets of de concerntoets.

De vaste ratio toets bepaald dat er teveel vreemd vermogen is als het gemiddeld vreemd vermogen meer bedraagt dan driemaal het gemiddeld eigen vermogen en dit 500.000 euro te boven gaat. Komt vast te staan dat er teveel vreemd vermogen aanwezig is op basis van de vaste ratio toets dan kan de concerntoets uitkomst bieden.

De concerntoets sluit aan bij de financieringsratio van het concern als geheel. Mocht bijvoorbeeld blijken dat de Nederlandse vennootschap zelf een ratio heeft van vreemd vermogen ten opzichte van eigen vermogen van 4 staat tot 1, maar het concern als geheel van 5 staat tot 1, dan is er geen sprake van een teveel aan vreemd vermogen bij de Nederlandse vennootschap. Overigens komen thin cap regels ook voor in diverse andere landen.

Fiscaal risico
De rentekosten van vreemd vermogen zijn in beginsel aftrekbaar van de fiscale winst. Toch kent de vennootschapsbelasting diverse aftrekbeperkingen welke kunnen leiden tot een fors fiscaal risico.

De belangrijkste beperkende regels betreffen onzakelijk handelen, hybride leningen, anti-winstdrainage en overmatig financieren met vreemd vermogen. Om niet aftrekbare financieringslasten (achteraf) te voorkomen is het van belang dat de financieel manager zich bij substantiële treasury, investerings- en financieringsbeslissingen goed laat voorlichten over fiscale kansen en risico's.


Mr.drs. Dennis van Zoelen en Eldert van der Luit MSc. van Deloitte Tax Lawyers