De strijd tegen financiële criminaliteit bracht vorig jaar een half miljard op.

Voor terugdringing van de omvang van de financiële fraude is een goede invulling van de poortwachtersfunctie door banken onmisbaar, aldus de FIOD. Organisaties die deze functie met een korreltje zout nemen, worden daar op harde wijze mee geconfronteerd.

Dit meldt Risk & Compliance Platform Europe. “De schikkingen met ING en ABN Amro en de vervolging van EY voor hun rol bij de Vimpelcom affaire, de verhoogde aandacht voor de poortwachtersrol van advocaten en notariskantoren en de strafrechtelijke vervolging van enkele topbestuurders van banken spreken voor zich.”

Volgens het Risk & Compliance Platform Europe voert de overheid een stille revolutie in de financiële opsporing. Die leidde vorig jaar tot ruim 900 afgerond opsporingsonderzoeken door de FIOD, waarvan 321 op verzoek van buitenlandse partners. De FIOD-onderzoeken hebben de staat vorig jaar ruim 520 miljoen euro aan transacties opgeleverd.

De noodzaak om opsporing van financiële criminaliteit wordt volgens het platform versterkt door de noodzaak van handhaving van opgelegde economische sancties naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne. Ook de extra regeldruk op het gebied van ESG vraagt om effectieve poortwachters met hernieuwde aandacht voor het uitbannen van corruptie.

Bedrijven ondervinden hoe banken en accountants de rol van poortwachter ter hand nemen, die op hun beurt op de huid worden gezeten door De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Ook de effectiviteit van het compliance-programma wordt getoetst. De rol van de compliance officer als interne poortwachter wordt daarbij meegewogen. Voldoet die niet aan de gestelde eisen, dan is de ultieme consequentie dat een goedkeurende accountantsverklaring niet of slechts met beperkingen wordt afgegeven en/of dat een financiering slechts onder aanvullende voorwaarden wordt verleend of voortgezet.