[ Sluit venster ]

Bouwbedrijf mag NMA-boete niet aftrekken van de winst

Geplaatst op 27-07-2010 door Jeppe Kleyngeld
1094 x gelezen

Rechtbank Arnhem heeft onlangs beslist dat een bouwbedrijf de door de NMA (Nederlandse Mededingingsautoriteit) opgelegde boete niet in aftrek kon brengen van de winst. De NMA-boete heeft een bestraffend karakter. Dat de boete gerelateerd is aan de mogelijke opbrengsten van de kartelafspraken, doet aan het bestraffende karakter niet af.

Het bouwbedrijf stelde dat de NMA-boete primair een voordeelontnemend karakter zou hebben en niet zozeer een bestraffend karakter waardoor de wettelijke aftrekuitsluiting niet van toepassing zou zijn. De rechtbank wees dit standpunt af onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis en de wetswijziging van de wettelijke bepaling over de aftrekuitsluiting voor geldboeten en dergelijke per 1 januari 2004.

Diverse soorten geldboeten zijn volgens een wettelijke bepaling niet aftrekbaar van de winst. Tot deze boeten behoren onder meer geldboeten met een strafrechtelijk, tuchtrechtelijk of bestuursrechtelijk handhavende achtergrond.
 
Rechtbank Arnhem heeft onlangs beslist dat een bouwbedrijf de door de NMA (Nederlandse Mededingingsautoriteit) opgelegde boete in 2004 en 2005 niet op de winst in aftrek kon brengen. De NMA-boete heeft een bestraffend karakter. Dat de boete gerelateerd is aan de mogelijke opbrengsten van de kartelafspraken, doet aan het bestraffende karakter niet af. Het bouwbedrijf stelde dat de NMA-boete primair een voordeelontnemend karakter zou hebben en niet zozeer een bestraffend karakter, waardoor de wettelijke aftrekbeperking niet van toepassing zou zijn.
 
De rechtbank wees dit standpunt af onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis en de wetswijziging van de wettelijke bepaling over de aftrekbeperking voor geldboeten en dergelijke per 1 januari 2004. Bij de wetswijziging per 1 januari 2004 werd een aantal genoemde boeten en verhogingen vervangen door het begrip ‘bestuurlijke boete’. In de wetsgeschiedenis was over de werkingssfeer van de aftrekuitsluiting voor bestuurlijke boeten opgemerkt dat deze zich ook uitstrekt tot bestuurlijke boeten gebaseerd op toekomstige, nieuwe wetgeving. Het karakter van de bestuurlijke boete moet daarbij in zijn geheel worden bezien en daarbij bestaat geen ruimte om een gedeelte daarvan anders te kwalificeren.
 
Het bouwbedrijf stelde vervolgens dat het onderscheid tussen het ontnemen van wederrechtelijke voordelen door middel van een strafrechtelijk vonnis enerzijds (wel aftrek mogelijk) en het ontnemen van wederrechtelijke voordelen door middel van mededingingsboeten anderzijds (geen aftrek mogelijk) in strijd is met het gelijkheidsbeginsel in de mensenrechtenverdragen. De rechtbank merkte daarover op dat de wetgever met het gemaakte onderscheid is gebleven binnen de ruime beoordelingsvrijheid die de wetgever toekomt om gevallen als gelijk aan te merken óf om gevallen verschillend te behandelen als voor de verschillende behandeling een gegronde rechtvaardiging bestaat.

Nu de wetgever met betrekking tot de aftrekbaarheid van bestuurlijke boeten geen onderscheid heeft willen maken tussen een deel dat is gericht op bestraffing en een deel dat is gericht om het voordeel te ontnemen en de rechtbank dat onderscheid gerechtvaardigd acht, vond de rechtbank voor de onderhavige zaak niet van belang of en in hoeverre de aan het bouwbedrijf opgelegde boete is gericht op voordeelontneming.


Bron: PricewaterhouseCoopers, Rechtbank Arnhem, 13-7-2010, nrs. 08/3764 en 08/2999

» Dit artikel is op internet te vinden via http://www.financieel-management.nl/content/view/14395